Verslag rondreis Oost-Java en Bali

9 t/m 25 april 2018

Na een lange, maar voorspoedige vlucht komen we aan in Jogjakarta. We logeren in een luxe hotel waar het goed toeven is na zo'n lange reis.

En meteen de volgende ochtend gaan we in alle vroegte naar de Borobudur. We lopen in het donker naar de tempel en wachten daar op de zonsopgang. Die is overweldigend mooi.

We maken een fietstochtje door dorpjes en bekijken een kleine markt. Daarna bezoeken we het Prambanan tempelcomplex.

We hebben nu ook tijd voor een rondleiding door het paleis (kraton) en onze gids is de kleindochter van de sultan. Heel bijzonder.

Tijdens een batik workshop zien we dat het niet makkelijk is om secuur te werken met de hete was.

We maken een treinrit van Jogjakarta naar Jombang. Onderweg hebben we uitzicht op rijstvelden en de natuur.

Verder gaan we met de bus naar Batu op 1100 meter hoogte. Hier zou het iets koeler zijn, maar daar merk je niet veel van. Gelukkig hebben de meeste hotels een mooi zwembad.

De tocht naar de Bromo vulkaan is een avontuur op zich. Hij begint al met drie kleinere bussen vanwege de smalle wegen, en het laatste stuk leggen we af in jeeps. Dan is het nog een hele klim tot aan de vulkaan.

Op de reisdag van Batu naar Kalibaru houden we interessante stops: op een markt met veel groente en fruit, een koffiestop voor koffie met "koekjes" die hier veel uitgebreider zijn dan bij ons. En we zien waterbuffels.

We brengen een leerzame dag door op een plantage, waar we uitleg krijgen van alle soorten groente en fruit die er groeien.

En dan gaan we overvaren naar Bali. De bus gaat mee op de veerpont en brengt ons naar Lovina, waar we van gids en van bus wisselen.

Onze eerste ochtend op Bali begint vroeg, namelijk bij zonsopgang. We gaan aan boord van kleine vissersbootjes om dolfijnen te spotten. En ondanks het lawaai van al die buitenboordmotoren, krijgen we de dolfijnen toch verrassend goed te zien.

Onderweg naar een boeddhistisch klooster moeten we wachten voor een begrafenisoptocht. Het hele dorp is hiervoor uitgelopen.

Tijdens de typisch Balinese dag bezoeken we een school, zien we hoe je offermandjes vlecht, helpen we gerechten te bereiden, mogen we helpen de grond van een rijstveld omploegen met twee ossen en daarna rijst planten. Na al dat werk wacht ons een heerlijke lunch.

Vanuit ons hotel bij het Monkey Forest, waar de apen dus door de tuin en over de balkons lopen, maken we excursies naar interessante dorpen en prachtig fotogenieke rijstvelden. We bezoeken een atelier waar prachtig houtsnijwerk wordt gemaakt en een atelier waar zilveren sieraden vervaardigd worden.

Bij de tempel met de vleermuisgrot, Goa Lawah, maken we een indrukwekkende ceremonie mee voor een overledene. We hoeven ons hierbij geen indringers te voelen, want hoe meer mensen erbij zijn hoe beter het is voor de overledene.

 

We komen in het dorpje Tanganan, waar de vrouwen prachtige weefwerken maken en waar “geverfde “ kippen rondlopen. We bezoeken de watertuin van Tirtagangga en het waterpaleis Ujung en Puru Besakih, de moedertempel van Bali, waarbij we voor het laatste stuk achter op scooters vervoerd worden. Ook een belevenis.

Ons afscheidsdiner is op het strand waarbij we de zon zien ondergaan.

 

De laatste ochtend bezoeken we nog een voorstelling van de traditionele Barong-dansers. En dan is het tijd voor de lunch en transfer naar het vliegveld.